Dierenkliniek Vrieselaar

Dierenartsen voor gezelschapsdieren in Lemmer
  0514-564433 (ook bij spoed)

Wat is het verschil tussen maanblindheid en maanoog?


Inleiding
Maanblindheid (Engels: Equine recurrent uveitis ERU) is de meest voorkomende aandoening van het oog bij het paard. Het is voor het paard erg pijnlijk en kan bij een niet adequate behandeling leiden tot blindheid. Gelukkig treedt de aandoening meestal niet beiderzijds maar eenzijdig op. Met een snel ingestelde en intensieve behandeling kunnen de nadelige effecten van maanblindheid sterk verminderd worden, maar de aandoening wordt helaas niet altjd tijdig onderkend. Ook na een tijdig ingestelde behandeling ontstaat er meestal enige blijvende schade aan het oog.
Deze schade neemt bij elke volgende aanval verder toe, want helaas is maanblindheid een aandoening die terugkomt.
Er zijn periodes dat de ontsteking van de iris (het regenboogvlies) heel actief is, welke dan weer opgevolgd worden door een 'rustperiode', waarbij de ontsteking min of meer afwezig is. Om de paar weken, maanden of jaren kan zo'n regenboogvlies-ontsteking dan weer opflakkeren en uiteindelijk kan dit weer leiden tot een ontsteking van het gehele oog (= uveitis), waarbij het paard blind is.


Er is een aantal nieuwe behandelingen (o.a. het verwijderen van het glasachtig lichaam, het implanteren van medicijnen in het oog en het toepassen van een bepaald antibioticum) waarvan gehoopt wordt dat ze de frequentie van het telkens opnieuw optreden van deze oogaandoening kan voorkomen.

maanblindheid paard oog maanoog paard
Links: maanblindheid. Rechts: maanoog


Is dat hetzelfde als een maanoog?
Nee. Normaal is de kleur van de iris bij een paard bruin (zie hieronder bij de anatomie van het oog). Net zoals die bij ons bijvoorbeeld blauw, bruin of groen is. Bij een maanoog (of ringoog) is het voorblad (zie anatomie hieronder) van de iris wit. Eigenlijk is dit dus een kleurafwijking van het oog, een onschuldige aandoening en het paard is ook beslist niet blind. Je ziet dan een wittige of blauwwitte ring rond de pupil. Gewoon een schoonheidsfout(je). Een maanoog komt vaker voor bij paarden die veel wit aan het hoofd hebben (brede bles) en vaak is een genetisch bont-factor hiervoor verantwoordelijk. Deze 'oogafwijking' moet niet verward worden met maanblindheid: dit is een chronische 'recidiverende (= steeds weer terugkerende) oogontsteking' waar het paard blind van kan worden en waarover verder in dit verhaal zal worden gesproken.
Ontbreekt het pigment in het voorblad maar is er wel pigment aanwezig in het achterblad, dan krijgt de iris een blauwachtig aspect. Bij een albino is er helemaal geen pigment in de iris aanwezig: de iris is dan rood en het paard is erg lichtgevoelig.

Doorsnede oog paard iris pupil lens hoornvliesOvale pupil paard
Dwarsdoorsnede van een oog van een paard (links). Rechts de ovale pupil van een paard met aan de bovenzijde de gepigmenteerde
vormsels (corpora nigra)

De anatomie van het oog
De iris is het vlies wat ook bij de mens de kleur van de ogen bepaalt en is tevens het diafragma van het oog. Het ligt achter het hoornvlies en bepaalt de hoeveelheid doorgelaten licht naar het netvlies door samentrekken (de pupil verkleint nu en zorgt dat er minder licht op het netvlies valt) of ontspannen (vergroting van de doorlaat-opening en dus meer licht). De pupilopening reguleert dus de hoeveelheid licht die in het oog komt. De iris heeft een voorblad en een achterblad waartussen o.a. bloedvaten lopen. Beide lagen zijn gepigmenteerd. Het gebied tussen netvlies en iris heet achterste oogkamer (groen op de illustratie boven) en de ruimte tussen iris en hoornvlies heet voorste oogkamer. De grens tussen beide ruimtes is dus de lens en de iris. In de oogkamer zit 'glasvocht'. De paardenpupil is horizontaal ovaal en de iris is meestal bruin. Aan de pupilrand van paarden bevinden zich één of meer sterk gepigmenteerde, bloemkoolachtige vormsels (zie foto boven). Dit zijn uitlopers van de pigmentlaag van het netvlies en men vermoedt dat ze het netvlies beschermen tegen teveel zonlicht.
Het regenboogvlies produceert een vocht, waarmee voedingstoffen in het oog komen en afvalstoffen afgevoerd worden. De iris is heel goed doorbloed, wat snelle en heftige ontstekingsreacties kan verklaren.

Oorzaken van maanblindheid
Die zijn helaas niet eenvoudig aan te geven, mede omdat nog niet alles daarover bekend is.
Het is waarschijnlijk een auto-immuunziekte, maar ook virussen, bacteriën, parasieten of trauma zouden het kunnen induceren. Dat wordt hierna uitgelegd: er speelt zich een allergische reactie in het oog af door een infectie met bacteriën (o.a. Leptospirose die door urine van ratten en muizen kunnen worden overgebracht en die ook ziekte van Weil bij honden veroorzaakt, Streptococceninfecties zoals droes, en bij andere abcessen in het lichaam), parasieten (o.a. Onchocerca), virussen (influenza-, adeno- en herpesvirussen), maar maanblindheid kan ook door een verwonding in het oog ontstaan.
Leptospirose wordt in de literatuur het meest genoemd als oorzaak, maar de precieze oorzaak is bij een paard met maanblindheid erg moeilijk te achterhalen. Bij paarden met leptospirose kan abortus optreden en oogontsteking, soms wat koorts, minder eetlust en een enkele keer geelzucht. Doorgaans gaat het vanzelf weer over, maar er bestaan ook ernstiger vormen. Met behulp van bloedonderzoek kun je de hoeveelheid antistoffen (de 'titer') tegen leptospiren meten, maar die is bij paarden met en zonder maanblindheid hetzelfde. Daar heb je dus niets aan. Anders is dat met onderzoek van het oogvocht: daar vind je bij paarden met maanblindheid wel een verhoogde titer tegen deze bacterie (mits deze natuurlijk de oorzaak is).

Verschijnselen
De eerste aanval zie je vaak tussen het 3e en 7e levensjaar. De verschijnselen kunnen zijn: pijnlijkheid, tranen, ooguitvloeiing, rode oogslijmvliezen, oedeem van het hoornvlies (dat wordt dan wat blauw) en knijpen. De aanvallen kunnen twee weken tot een half jaar duren. In het verloop van de ziekte treden ook lensveranderingen op. Heel vaak zie je cataract (= staar) en lensluxatie (= verplaatsing van de lens). Ook vlokken in het glasvocht, netvlies-ontsteking en loslaten van het netvlies kun je verwachten.
Door de ontsteking van de iris kan deze vergroeien met de lens, waardoor de pupil kleiner wordt of vervormt. Er kan verbindweefseling (fibrose) van de iris ontstaan. Uiteindelijk kan het hele oog aangetast worden, ook het netvlies, en wordt het paard blind. Met speciale oogapparatuur kan een oogarts voor dieren al deze afwijkingen in het oog vaststellen. En dat is ook belangrijk om een begin van maanblindheid op te sporen. Een enkele keer zie je namelijk 'van de buitenkant' nauwelijks een afwijking en is de iris ook vrijwel niet beschadigd, maar is het paard blind doordat het netvlies al beschadigd is. Ook zo'n paard is dus verdacht van maanblindheid...
Bij een ernstige of langdurige ontsteking kan het gehele oog kleiner worden. Heel vaak komt deze ontsteking na verloop van tijd weer terug: weken, maanden (daarom heet het ook maanblindheid) of jaren. Vandaar dat men het een 'recidiverende regenboogvlies-ontsteking' noemt. Bij 20% van de paarden zie je maanblindheid bij beide ogen.

Behandeling
Maanblindheid is niet te genezen, maar wel onder controle te houden.
Vanzelfsprekend is het bij elke ziekte belangrijk om ze snel mogelijk met een behandeling te starten, maar dat geldt zeker voor maanblindheid. Daarnaast is het ook van belang om de oorzakelijke factor (de bacterie, het virus, etc.) te bestrijden, maar dat valt meestal niet mee, omdat deze moeilijk is vast te stellen. Het doel van de behandeling is te zorgen dat het paard minder of geen pijn meer heeft, om terugkeren van de ziekte te voorkómen en om te zorgen dat het paard nog kan zien. Tijdens de behandeling kan het paard het beste in een rustige en donkere omgeving worden geplaatst. Daarnaast zijn er medicijnen en eventueel kan ook operatief worden ingegrepen. Die worden hieronder beschreven. Tenslotte hebben sommigen ook goede ervaringen met homeopathie of acupunctuur. Een behandeling is soms levenslang nodig.

Medicijnen
Als een bacterie de oorzaak is (bv. Leptospiren) dan is een behandeling met antibiotica wellicht gewenst, zowel lokaal (oogdruppels, oogzalf) of via injectie of via de mond. Het effect daarvan kan erg tegenvallen. Daarnaast worden ontstekingsremmers (o.a. cortison) gegeven in de vorm van oogdruppels. In ernstiger gevallen worden deze ook via tabletten of injecties gegeven.
Tenslotte kunnen atropine-oogdruppels worden toegediend. Atropine zorgt voor een verwijding van de pupil en daarmee voorkomt het vergroeiingen tussen lens en iris. Ook de pijn wordt er door verminderd.
Operatie
Eén van de chirurgische methoden is de zogenaamde vitrectomie: onder narcose wordt het oog gespoeld: het glasachtig lichaam met daarin de allergie-veroorzakende stoffen (bijvoorbeeld leptospiren) worden weggespoeld, waardoor de ontstekingsprikkel wordt verminderd of geheel verdwijnt en de kansen op nieuwe ontstekingen sterk worden verkleind.
Ook bepaalde medicijnen kunnen onder narcose in het oog worden gespoten. Deze laatste behandelingen zijn vanzelfsprekend alleen voorbehouden aan een specialist.
Bedenk wel dat al deze operatieve ingrepen nog in de kinderschoenen staan en dus lang niet altij 100% doeltreffend zijn! De vooruitzichten blijven voorlopig dus nog dubieus.

Keuring paard
Wanneer de dierenarts bij een keuring aanwijzingen heeft dat een paard deze oogaandoening eerder heeft doorgemaakt, dan kan het paard niet geschikt worden bevonden voor zwaarder dressuurwerk of de springsport. Tekenen van een eerder doorgemaakte uveïtis kunnen zijn: vlokjes in de oogkamer, staar, lensluxatie, littekens en soms een zachte oogbol.

Voorkómen
Voorkómen is beter dan genezen. Een open deur, maar om deze ernstige oogaandoening te voorkómen kun je in ieder geval al wat bereiken door het paard regelmatig te ontwormen en te laten vaccineren volgens het door je dierenarts geadviseerde schema, door een goede vliegenbestrijding en een goede voeding. Zie je een beschadiging aan het oog wacht dat dan niet af, maar bel de dierenarts. Hiermee probeer je de kans op infecties en daarmee allergische reacties in het oog te voorkómen.


© 2017 Dierenkliniek Vrieselaar
Vissersburen 1
8531 EB Lemmer
0514 - 564433
Contact-formulier