
Meer onderwerpen over katten vind je hier.
Geslachtsrijpheid
Gemiddeld wordt de poes voor het eerst krols op een leetijd van 7 tot 12 maanden, maar uitschieters zowel naar beneden als naar boven komen voor. Deze variatie wordt enerzijds veroorzaakt door rasverschillen (Burmese katten worden in het algemeen vroeger krols dan bijvoorbeeld Perzen), anderzijds wordt het begin van de puberteit beinvloed door de maand waarin de poes is geboren. Zo bereiken kittens, geboren in oktober, november of december de geslachtsrijpheid het eerstvolgende seizoen, dus in het voorjaar, nog niet; daarom kunnen ze wel 12 tot 16 maanden oud zijn eer ze voor het eerst krols worden.
Een nest Burmese kittensDe krolse poes
Inleiding
De kat kent in het algemeen twee bronstperiodes: één in de laatste wintermaanden en de andere gedurende de zomermaanden. De aanvang van de bronstperiode hangst smane met het toenemen van de hoeveelheid daglicht. Experimenteel is dat ook op te wekken. Binnen elke bronstperiode volgen meerdere oestrische cycli (krolsheden) elkaar op. Huiskatten die binnen worden gehouden kunnen echter het gehele jaar krols worden.
De poes is gemiddeld zo'n 6-12 dagen krols, echter korter wanneer er een dekking heeft plaatsgevonden, onafhankelijk of deze nu wel of niet bevruchtend was. Daarover verderop (onder 'de dekking') meer.
Na een krolsheid volgt een periode van sexuele inactiviteit van zo'n 2-3 weken, waarna de poes opnieuw krols kan worden. Vooral Siamezen trekken zich soms niets aan van een cyclisch verloop: ze vertonen nogal eens een "non-stop-oestrus", waarbij sterilisatie van de dieren voor hun eigenaren vaak een welkome uitkomst biedt...
Wat zie je bij een krolse kat?
Een krolse kat kenmerkt zich, met name tegen het einde van de krolsheid, door uitgesproken gedragsveranderingen: ze rolt over de vloer en strijkt langs de benen van de mens en langs voorwerpen. Sommige dieren weigeren zelfs te lopen en bewegen zich liever voort op de ellebogen, de borst en de buik met het bekken omhoog gericht. Bij aanraken of aaien brengt de kat de achterhand omhoog, ze trapt met de achterpoten, zakt door de voorpoten en laat een ingezakte rug zien. De staart wordt naar boven of naar opzij gehouden.
Voorts zal de krolse poes typisch klagelijk gaan miauwen (de zogenaamde "nachtelijke concerten"). Ze sproeit urine en de eetlust is duidelijk afgenomen of zelfs helemaal afwezig. Sommige katten-eigenaren denken dat hun poes zelfs ziek is.
De dekking
Als men katten fokt in bijvoorbeeld een cattery, is het van belang dat de kater aangepast is aan zijn omgeving. De poes kan daarom het beste voor de dekking naar de kater worden gebracht en niet omgekeerd.
De dekking zelf is maar een korte aangelegenheid. Na een 'voorspel' (je ziet en ruikt dan o.a. het verfoeide sproeien door de kater), bespringt hij de poes en bijt zich vast in haar nek. Kort daarna wordt de penis in de schede gebracht en enkele seconden later is een heftig geschreeuw van de poes te horen. De kater maakt zich snel los om aan het agressieve gedrag van de poes te ontkomen. Terwijl hij zich uit de voeten maakt, rolt zij enkele malen spastisch om en likt zich vervolgens schoon rond de geslachtsdelen.
Tijdens de krolsheid wordt de poes vaak meerdere keren gedekt, zonder onderscheid te maken tussen de partners. Soms al weer na enkele minuten!
Het beste tijdstip voor dekken ligt op de overgang van het tweede naar het derde deel van de krolsheid, dus zo rond de zesde tot achtste dag. Eén dekking zou dan voldoende zijn, maar zekerheidshalve laten de meeste fokkers hun poes drie- tot viermaal dekken binnen 48 uur.
de eisprong (ovulatie) vindt niet, zoals bij de meeste dieren en ook de mens, spontaan plaats, maar pas na prikkeling van de vagina, dus door de dekking. dat is het geval bij de kat, de nerts, de mink en de fret. Deze geïnduceerde ovulatie is de oorzaak van het feit dat de poes na een dekking (of die nu wel of niet bevruchtend is) korter krols is dan wanneer ze niet zou zijn gedekt.
Schijnzwangerschap
Net als de hond komt schijndracht ook bij de poes voor. Bij de hond is het optreden ervan onafhankelijk van het feit of ze nu wel of niet is gedekt. Bij de kat treedt dit echter uitsluitend op na een niet-bevruchtende dekking in verband met de boven beschreven geïnduceerde ovulatie. pas na een eisprong komen er namelijk hormonmen (progesteron) in het bloed die verantwoordelijk zijn voor het gedrag en de verschijnselen tijdens de (schijn)zwangerschap.
De periode bij de kat is korter dan bij de hond: ongeveer 40 dagen na de krolsheid. Ook het gedrga van een schijndrachtige kat is minder uitgesproken dan bij de hond en kan bestaan uit nestbouwgedrag, melkklierontwikkeling, adoptie van vreemde voorwerpen en een enkele keer zelfs melkproduktie.
Draagtijd en worpgrootte
De draagtijd van de poes is nagenoeg onafhankelijk van het ras en eveneens (anders dan bij de hond!) onafhankelijk van de worpgrootte. Een teef die drachtig is van bijvoorbeeld 10 jongen draagt korter dan een hond die maar 2 of 3 pups zal werpen. Bij katten speelt dit geen rol, mogelijk mede door de veel geringere spreiding in de worpgrootte. Gemiddeld draagt een poes 64 dagen en de gemiddelde worpgroote is 3,8 kittens per nest.
Hierbij zijn wel opvallende rasverschillen. Zo werpt de Burmees gemiddeld meer kittens per worp (4,72) dan bijvoorbeeld de Abessijn (2,92 kittens). De Europese korthaar (4,08), de Siamees (3,85) en de Pers (3,32) liggen hier tussen in. Het Guinness' Book of records meldt overigens de geboorte van 19 kittens bij een Burmese poes. Dus uitzonderingen zijn er zeker.
Is de poes drachtig?
Het bestaan van dracht bij de poes kan worden vermoed door het ontstaan van een kale hof rond de tepels, de ontwikkeling van melkklierpakketten, verkleuring van de tepels van lichtrose naar rose, een dikkere buik en, vooral in het laatste deel van de zwangerschap, een toegenomen eetlust. Deze verschijnselen zie je echter ook in meer of mindere mate tijdens schijnzwangerschap... Daarbij kan het stadium van de dracht met deze verschijnselen niet of nauwelijks worden geschat, gezien de sterke individuele variatie.
De zekerste manier is het vaststellen van dracht m.b.v. echografie. Dit kan vanaf de .... dag. Het aantal kittens is hiermee vaak lastig te geven. Daarvoor zou je een röntgenfoto kunnen maken. Met beide kun je niet exact bepalen wanneer de kat moet jongen.
Wel kun je hiermee eventueel onderzoeken of de kat helemaal is uitgejongd.
In tegenstelling tot de hond is er bij de kat 24 uur vóór de geboorte geen dal in het lichaamstemperatuursverloop. Ook hier hebben we dus niets aan om het tijdstip van de geboorte te voorspellen.
Vlak voor de geboorte wordt de poes wat aanhankelijker (sommige trekken zich echter terug en laten zich enkele dagen niet meer zien!) en op de dag van werpen kan een enkele keer een slijmsliert uit de vulva worden waargenomen; als de poes dit tenminste nog niet heeft weggelikt...
De aanvang van de buikpers is vrijwel altijd het eerste duidelijke teken dat de geboorte is begonnen.
Daarover gaan we hier verder.
Voor andere onderwerpen rondom de vruchtbaarheid en de geboorte bij de kat kun je hieronder klikken.
• Geslachtsrijpheid
• De krolse poes
• Schijnzwangerschap
• Draagtijd en worpgrootte
• Is de poes drachtig?
• De normale geboorte
• Foto's van de normale geboorte van de kat
• De kittens
• De abnormale geboorte
• Engels: Pregnancy and Birth in Cats
