Vruchtbaarheid bij de teef    

Inleiding

Onderstaand verhaal gaat voornamelijk over vruchtbaarheidsproblemen bij de teef. Maar daarvoor is het zinvol eerst wat dieper op de loopsheid zelf in te gaan.
De loopsheid is de vruchtbare periode van de teef. Deze periode kenmerkt zich doordat de vulva meer is opgezwollen als normaal en de teef hieruit druppeltjes bloed verliest.Tijdens deze periode kan ze gedekt worden.
De eerste loopsheid treedt wanneer de teef tussen de 6 en18 maanden oud is.

Verschijnselen van loopsheid 
• de vulva zwelt op.
• de reuen raken erg geïnteresseerd in de teef. Omgekeerd stelt de teef daar nog weinig prijs op.
• na enkele dagen begint de teef bloeddruppeltjes te verliezen: dat is de eerste dag van de loopsheid, de pro-oestrus. Deze duurt zo'n 9 dagen.
• tussen de 9e-12de dag van de loopsheid is de hond vruchtbaar: dit noemen we de oestrus. Dit is dus de periode waarin ze kan na dekken of inseminatie drachtig kan worden. In deze periode, die zo'n 9 dagen duurt, worden reuen niet meer door de teef weggejaagd. De teef probeert zelfs te ontsnappen om op zoek te gaan naar de reu! In deze oestrus vindt ook de eisprong plaats.
• na de vruchtbare periode gaat de uitvloeiing stoppen, wordt vaak wat bruiner, de vulva gaat weer slinken en de teef snauwt weer de reuen af: de metoestrus is begonnen. Deze periode duurt pakweg 2 maanden. De teef is nu niet meer vruchtbaar.
• De anoestrus-fase is hiermee aangebroken. Deze duurt zo'n 3 maanden, waarna weer een nieuwe cyclus begint.

loopsheid dekken
Teef is aantrekkelijk voor reu (links) en teef wordt gedekt (rechts)

Vruchtbaarheidsproblemen
Onderzoek en behandeling van vruchtbaarheidsproblemen is vaak nodig wanneer een teef na verschillende dekkingen niet drachtig is geworden. Ook kan om hulp worden gevraagd bij het bepalen van het juiste tijdstip van dekking als de dekreu op grote afstand woont.
Vruchtbaarheidsproblemen kunnen verschillende oorzaken hebben. Deze kunnen veroorzaakt worden door infecties van de baarmoeder (baarmoederontsteking, pyometra), maar ook op afwijkingen die gelegen zijn buiten het geslachtsapparaat, zoals bij hypothyreoidie (te trage schildklierwerking) en soms ook bij de Ziekte van Cushing. Ook zijn er afwijkingen aan het vrouwelijk geslachtsapparaat welke geen algemene ziekteverschijnselen geven of zijn er anatomische afwijkingen.

Oorzaken onvruchtbaarheid
Hieronder wordt een aantal oorzaken besproken welke tot gevolg kunnen hebben dat een teef na dekking of inseminatie niet drachtig wordt ('leeg blijft' zoals de fokker dat noemt).

Dekking op het verkeerde tijdstip
Het optimale tijdstip van dekken of insemineren kan het meest betrouwbaar worden bepaald door het meten van het progesterongehalte in het bloed. Dit kan kwantitatief worden bepaald (dan meet je dus exact de waarde van de hoeveelheid progesteron) of kwalitatief. Bij dat laatste is een verandering van kleur te zien in de test.
Ook kan het moment van dekken redelijk goed worden geschat m.b.v. vaginoscopie door de dierenarts. Hierbij wordt een speculum in de schede van de teef gebracht en wordt het slijmvlies beoordeeld. Is de hond niet loops, dan is dit slijmvlies roze en niet gezwollen. Aan het begin van de loopsheid is het dat gezwollen, bleek en glad. Tussen de plooien zie je bloederig vocht. Rond het optimale tijdstip van dekken in de loopsheid is de zwelling van het slimvlies nog minder en komt het slijmvlies er wat gekreukter uit te zien, als crepepapier met lage fijne plooitjes. Je kunt niet vaststellen wanneer de eisprong gaat plaatsvinden.
Tenslotte kan ook met een uitstrijkje van de vagina het juiste moment van dekken worden bepaald.

Afwijkend verloop van de dekking
Soms geschiedt de dekking bij een teef met vruchtbaarheidsproblemen niet normaal. Zo kan de dekking in het geheel niet lukken, of het gebeurt juist met veel dwang of er is helemaal geen koppeling geweest.
De oorzaken hoeven niet altijd bij de teef te liggen. De reu kan onervaren zijn, maar ook andere factoren (gedragsproblemen, afwijkende bouw) kunnen een rol spelen. Bij de teef kan ook onervarenheid een rol spelen, maar tevens vaginale afwijkingen. En ook kan onervarenheid de eigenaar parten spelen en kan hij/zij de teef op een fout tijdstip aanbieden aan de reu.
Sommige rassen hebben relatief veel dekproblemen, zoals de Franse en de Engelse Buldog en de NewFoundlander. Soms kan het wel eens helpen wanneer een ervaren hulp bij de dekking aanwezig is. Eventueel kan kunstmatige inseminatie worden toegepast.

Leeftijd van de teef
Gemiddeld na het 8e levensjaar van de teef neemt de vruchtbaarheid af. Tegelijkertijd nemen daarmee ook problemen tijdens de dracht, rond de geboorte en de periode er na toe.

Vruchtbaarheidsproblemen ten gevolge van anatomische afwijkingen
Er zijn enkele afwijkingen bekend in de bouw van het geslachtsapparaat bij de teef.. Dit zijn o.a.
mucometra, (pseudo)hermafroditisme en afwijkingen en vernauwingen in de vagina.
Hier wordt verder niet op ingegaan.

Vruchtbaarheidsproblemen door verstoring in de hormonale regulatie
Hierbij kun je denken aan
• Het niet optreden van de eerste loopsheid
De eerste loopsheid kun je verwachten binnen 18 maanden. Sommige rassen kunnen wat langer wachten (bv. Saarloos Wolfshond).
Als er geen sprake is van een kween, dan kun je met progesteron-onderzoek nagaan of de hond toch een normale cyclus heeft, zonder dat de eigenaar het merkt.
Met een buikoperatie of een kijkoperatie kunnen eventueel eierstokken en baarmoeder worden onderzocht.
Als er geen afwijkingen worden aangetroffen kan met tabletten geprobeerd worden een loopsheiod op te wekken. Deze tabletten kunnen soms wat misselijkheid geven, en om die reden wordt de eerste 4 dagen met een lagere dosering begonnen en worden ze na het eten verstrekt. De behandeling met deze tabletten wordt gestopt als duidelijk blijkt dat de loopsheid op gang is gekomen (er is vulvazwelling en helderrode uitvloeiing).
Een op deze manier opgewekte loopsheid is overigens niet minder vruchtbaar dan een ‘gewone’.

• Verlengd interval tussen de loopsheden
Een verlengd interoestrusinterval van meer dan 12 maanden wordt als abnormaal beschouwd. De oorzaken hiervan kunnen een ziekte zijn (o.a. baarmoederontsteking) en toediening van bepaalde medicijnen (o.a. progesteron en soms ook prednisolon).
Ga na of de periodes tussen de vorige loopsheden ook zo lang duurde.

• 'Persisterende' (aanhoudende) loopsheid
Een loopsheid duurt in het algemeen 21 dagen. Dieren waarbij dat langer dan 25 dagen duurt ovuleren doorgaans niet. Soms zie het wanneer de vorige loopsheid nog maar heel kort geleden is. Die loopsheid is dan ook zonder ovulatie (= eisprong) gepaard gegaan.
De oorzaken kunnen bijvoorbeeld cystes op de eierstokken zijn en tumoren van het ovarium. Met echografie kun je deze zichtbaar maken.
Bij bloedonderzoek zie je dat de progesteron-spiegel heel laag blijft of maar heel iets stijgt om vervolgens weer te dalen.

Een enkele keer zie je jonge honden rond de eerste en tweede loopsheid die aansluitend aan de loopsheid bloedverlies hebben. Soms wel 1,5 tot 2 maanden lang. Deze honden blijken niet te ovuleren. In dit geval kan de dierenarts een hormooninjectie geven om de eisprong te induceren. Daarvoor bestaan ook hormoontabletten, maar er bestaat dan het gevaar voor het ontstaan van een baarmoederontsteking.

• 'Gespleten' oestrus
Dit is een loopsheid die tijdens de pro-oestrus stopt en waarbij de eicellen voortijdig stoppen in groei. De uitvloeiing wordt bruin en de progesteron-concentratie in het bloed is laag. De loopsheid start dan weer na enkele dagen tot weken, waarbij meestal een normale eisprong volgt. Dat is voor de fokker heel verwarrend.
Met behulp van herhaald bloedonderzoek is deze tamelijk onschuldige afwijking te volgen.

Stille loopsheid
Hierbij laat de teef geen duidelijke pro-oestrus zien: er is geen bloederige uitvloeiing, hooguit een zeer geringe kleurloze of witte afscheiding en matige vulvazwelling.
De eigenaar merkt niet (of te laat) op dat de hond loops is.

Infectieuze oorzaken van onvruchtbaarheid
Genoemd zijn al de baarmoederontsteking en de pyometra.
Daarnaast kunnen sommige bacteriële infecties (Borrelia bacterie) steriliteit of abortus veroorzaken, vooral tussen de 45 en 55 dagen van de dracht. Dit komt maar zelden voor in Nederland.

Ook een vaginitis (= ontsteking van de schede) kan de vruchtbaarheid schaden.Hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn: tumoren, vreemde voorwerpen in de schede, herpes-infecties (zie onderaan deze pagina) en een afwijkende bacterie-flora. Wat dit laatste betreft: bacterien komen normaal in de schede van de teef voor en gewoonlijk zijn dat vele soorten. Bij vruchtbaarheidsproblemen tref je dezelfde bacteriën aan als bij dieren met problemen, maar wel soms wat meer van een soort. Je mag dus niet in alle gemakshalve stellen dat de aanwezigheid van bacteriën in de vagina de oorzaak is van onvruchtbaarheid!
Een behandeling (na bacteriologisch onderzoek) kan worden ingesteld worden met antibiotica-tabletten, maar ook lokaal kun je antibiotica via bijvoorbeeld cremes toedienen. Een antibiotica-behandeling kan het beste voor de dekking worden ingesteld. Pas met een lokale behandeling op rond het dekken: het middel kan zaaddodend zijn.

Canine herpes virus CHV
Deze virus-infectie heeft een enorme daling van de vruchtbaarheid tot gevolg en bovendien een pupsterfte in de eerste weken na de geboorte. De eigenaar van de fokteef klaagt over teven die 'leeg' blijven of te weinig en/of te kleine pups hebben bij de geboorte.
De overdracht van het virus geschiedt door direct contact tussen dieren of via de placenta (= moederkoek).
Als er in een kennel door dit virus vruchtbaarheidsproblemen voorkomen, dan is het aan te raden de fokkerij enkele maanden te stoppen om de infectiedruk te verminderen. Een quarantaine van nieuwe dieren, van teven aan het einde van de dracht (3 weken voor het jongen), alsmede moeder met pups tot een leeftijd van 3 weken is aan te raden. Beperk ook stress, vooral rond de dekking en rond de geboorte.

De beste bescherming tegen de acute vorm van CHV bij pasgeboren puppies is vaccinatie van de teef. Er zijn twee injecties noodzakelijk: de eerste tijdens de loopsheid (7-10 dagen na de dekking of inseminatie) en de tweede injectie dient 7 tot 14 dagen voor de verwachte werpdatum gegeven te worden. De puppies zijn door de opname van het de eerste moedermelk met de antilichamen van de moeder beschermd tegen de acute vorm van CHV-infectie.

Lees hier over baarmoederontsteking en hier over sterilisatie (= castratie) van de teef. En hier kom je te weten hoe je loopsheid kunt voorkómen bij de hond.