• flexible
  • flexible
  • flexible
  • flexible
  • flexible
  • flexible

Mastitis (uierontsteking) bij de koe

Meer onderwerpen over schapen en koeien vind je hier.

Klinische mastitis
Bij een klinische mastitis vertonen het dier en/of de melk zichtbare verschijnselen van uierontsteking. Dit kan zich uiten in afwijkende melk en/of een hard, warm of pijnlijk kwartier. De koe kan daarbij ook algemeen ziek zijn. Het welzijn van de koe komt bij het doormaken van een klinische mastitis in het gedrang.
uierontsteking koe Laat de melk onderzoeken
Oorzaken
Klinische mastitis kent drie groepen belangrijke veroorzakers: E. coli, Staphylococcus aureus en de streptococcen zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van die groepen.

Genezing
Het begrip genezing van klinische mastitis kent twee aspecten: klinische genezing en bacteriologische genezing.

• Klinische genezing houdt in dat na behandeling met antibiotica de klinische verschijnselen, zoals vlokken, waterige melk, koorts en zwelling van het kwartier, zijn verdwenen. Het gemiddeld klinisch genezingspercentage is hoog (80 tot 100 procent).

• Bacteriologische genezing geeft aan dat ook de bacterie die de mastitis heeft veroorzaakt na behandeling is verdwenen.

Indien een mastitis-geval klinisch geneest, maar niet bacteriologisch, ontstaat een subklinische mastitis (verhoging van het koe-celgetal). Bovendien is er een grote kans op een nieuwe klinische mastitis. Beide genezingspercentages zijn afhankelijk van de bacteriesoort en de behandeling.

De veroorzakers van klinische mastitis
Escherichia coli
Bij E. coli-mastitis is de bacteriologische genezing hoog. E. coli bevindt zich gewoonlijk maar ongeveer twee dagen in de koe, onafhankelijk van behandeling. De geproduceerde endotoxinen zorgen voor de ziekteverschijnselen. Als de koe ook algemene ziekteverschijnselen heeft, is het van belang om met ontstekingsremmers te behandelen, zodat de koorts daalt en de zwelling van het kwartier snel afneemt. Zeker hier geldt: hoe sneller de juiste behandeling wordt ingezet, des te beter het resultaat.

Staphylococcus aureus
Bij klinische mastitis veroorzaakt door S. aureus (SAU) is de kans op genezing laag. Het percentage klinische genezing ligt op ongeveer tachtig procent en de bacteriologische genezing op ongeveer vijftig procent. Het genezingspercentage is hoger als ook parenteraal (= behandeling met injecties, zoals antibiotica) wordt behandeld.
De factoren die van invloed zijn op de genezing van een S. aureus-mastitis zijn de gevoeligheid van de bacterie voor penicilline, lactatiestadium, lengte van behandeling. Dieren die kort in lactatie zijn, genezen beter dan dieren die langer in lactatie zijn. Te kort behandelen geeft een lager genezingspercentage. Na verloop van tijd zien we bij de koeien die te kort zijn behandeld (kuur niet afgemaakt), dat de mastitis zich herhaalt. Mastitis veroorzaakt door S. aureus-stammen die gevoelig zijn voor penicilline, geneest beter dan mastitis veroorzaakt door penicilline-ongevoelige SAU-stammen (SAUPO).
Om de prognose voor genezing van de koe in te kunnen schatten, is bacteriologisch onderzoek van de melk met gevoeligheidstest noodzakelijk.

Streptococcen

Mastitis veroorzaakt door streptococcen heeft gewoonlijk een hoge bacteriologische genezing (80 tot 90 procent) na behandeling met antibiotica. Streptococcus uberis geeft vaak een lager genezingspercentage.

Zomerwrang
Zomerwrang wordt veroozaakt door Arcanobacterium (vroeger Actinomyces). De vlieg Hydrotaea irritans (zomerwrangvlieg) brengt de besmetting over.
Zomerwrang komt over het algemeen voor in gebieden met zandgrond en boswallen. Kenmerkend is een etterige uierontsteking bij droge koeien, vaarzen, pinken en zelfs kalveren. De bestrijding van deze 'etterverwekker' is zeer moeilijk bij het rund en het aangetaste kwartier is bijna altijd voor melkproductie verloren.

Koecelgetal
Het koecelgetal geeft een goede indruk van de uiergezondheid van de koe. Het koecelgetal van een gezonde koe is lager dan 250.000 cellen per ml melk. Voor een vaars is dit < 150.000 cellen per ml. Dieren met een celgetal boven deze grens hebben te maken met een (sub)klinische mastitis. Met GD Celgetal BO is te achterhalen welk kwartier is besmet (zie kwartiercelgetal) en welke verwekker in het spel is.

Kwartiercelgetal
Bij het kwartiercelgetal worden de vier celgetallen van een koe met elkaar vergeleken. Wijkt een kwartiercelgetal sterk af, dan is dit kwartier geïnfecteerd.
Het celgetal van een gezond kwartier ligt in ieder geval onder de 250.000 cellen per ml melk. Wordt een bacterie aangetroffen bij een laag celgetal, bijvoorbeeld beneden de 50.000, dan duidt dit meestal op een slotgat- of tepelkanaalbesmetting. Vaak is dan bij de monstername de speen(punt) onvoldoende gedesinfecteerd of zijn de eerste stralen melk niet weggemolken. Wanneer in zo'n geval het kwartiercelgetal niet bepaald zou zijn, dan was het risico van een verkeerde interpretatie groot.

Subklinische mastitis
Subklinische mastitis is een uierontsteking, waarbij de melk en de uier geen zichtbare afwijkingen vertonen en de koe niet ziek is. Wel is er sprake van een verhoogd celgetal en is de melkproductie lager dan normaal. Met behulp van het koecelgetal worden dieren met een herhaald verhoogd celgetal opgespoord.

De economische schade door subklinische mastitis wordt met name veroorzaakt door productieverlies. Vanaf 100.000 cellen per ml melk betekent iedere verdubbeling van het koecelgetal een derving van ongeveer 0,5 kg melk per dier per dag.
Ook bij subklinische mastitis is het belangrijk om te weten welke verwekker de mastitis veroorzaakt. Pas als de verwekker bekend is, is er inzicht of en zo ja, welke behandeling een goede kans van slagen heeft.

Veroorzakers van subklinische mastitis
Streptococcen
Subklinische Streptococcus agalactiae-mastitis geneest prima door alleen intramammair te behandelen (genezing circa 98 procent). Streptococcus uberis en dysgalactiae reageren minder goed op behandeling met antibiotica; het bacteriologisch genezingspercentage ligt rond de vijftig procent.

Staphylococcus aureus
De kans op genezing van subklinische S. aureus gedurende de lactatie is laag. Het bacteriologisch genezingspercentage varieert van 25 tot 30 procent en is afhankelijk van een aantal factoren. Een koe met één geïnfecteerd kwartier heeft een hogere genezingskans dan een koe met meer dan één geïnfecteerd kwartier. 
In tegenstelling tot de genezing van klinische S. aureus-mastitis is bij een subklinische SAU-mastitis de kans op genezing aan het eind van de lactatie, meer dan 200 dagen in productie, gemiddeld hoger dan aan het begin van de lactatie.  In de eerste lactatie is de kans op genezing van een S. aureus-infectie het grootst (gemiddeld 42 procent). Na twee keer afkalven ligt het genezingspercentage gemiddeld op slechts 37 procent en bij meer dan tweemaal afkalven gemiddeld nog maar op circa 25 procent.

Bron: GD Praktijkmap Herkauwers