Problemen met hoestende melkkoeien in de weide
Meer onderwerpen over schapen en koeien vind je hier.
Inleiding
Klachten over hoestende koeien in de weide komen met enige regelmaat voor en dan vooral in de laatste zomermaanden van het jaar.
Juist in die tijd moet vooral aan longworm worden gedacht.
Ook de Gezondheidsdienst signaleert dit jaar meer klachten dan in vorige jaren.
Voor bevestiging van de diagnose kunt u bloedonderzoek op afweerstoffen in het GD-laboratorium laten uitvoeren.
Na de uitslag "longworm (afweerstoffen) aangetoond" wordt aanbevolen alle dieren met klachten te behandelen. Met de huidige voor melkvee toegelaten middelen is opstallen niet noodzakelijk.
Therapie
Voor een behandeling van een infectie met longwormen bij melkvee zijn twee middelen geregistreerd: Eprinex en Cydectin. Beide zijn zogenaamde “pour-on” -produkten, dus makkelijke toediening door opgieten op de rug van het rund. Beide hebben een wachttijd voor melk van 0 dagen.
Met één behandeling zijn de dieren vrij van maagdarmwormen, longwormen, runderhorzellarven, bijtende en zuigende luizen en alle schurft veroorzakende mijten.
In ieder geval wordt geadviseerd alle dieren met klachten of een hele jaargang van dieren met klinische klachten (bijv. alle vaarzen) te behandelen. Afhankelijk van de situatie is het soms niet noodzakelijk de oudere melkkoeien te behandelen. Na behandeling kan het hoesten toch nog wel een aantal maanden aanhouden. Gezien de korte overlevingstijd van infectieuze larven op het grasland in de zomer (4-6 weken bij zonnig weer) zal opstallen door de lange nawerking (2-4 weken) van de gebruikte therapeutica, niet direct noodzakelijk zijn.





