Geboorte van een kalf
Meer onderwerpen over schapen en koeien vind je hier.
In 1987 hebben wij de veterinaire begeleiding gedaan voor de speelfilm "Iris" (met o.a. Monique van de Ven, John Kraaijkamp sr. en Titus Tiel Groenestege) en vijf jaar later voor de gelijknamige tv-serie met o.a. Joop Doderer.
Monique van de Ven moest in haar rol van dierenarts o.a. helpen een kalf ter wereld te helpen. Die geboorte liet zich aanvankelijk als eenvoudig aanzien, maar gaandeweg bleek dat het kalf groter was dan we dachten. Dus er was meer trekkracht vereist. En dat kun je wel aflezen aan de gezichten...
De foto's wijken nauwelijks af van wat er 'in het echt' gebeurt. Behalve dat we, uit hygiënische overwegingen, bij voorkeur met roestvrijstalen 'verloskettinkjes' werken in plaats van met 'verlostouw'. Dat laatste was voor de acteurs makkelijker te hanteren vandaar dat je in de film 'verlostouwtjes' ziet.
Ook wordt met maximaal twee personen aan het kalf getrokken. In dit geval was de trekkracht van de drie personen hetzelfde als die van twee mensen. Het kalf uit de film is gezond en wel opgegroeid tot een volwassen koe. Het lijkt op de foto's en ook 'in het echt' alsof er enorme krachten op het kalf worden uitgeoefend, maar dat valt best mee: een koe wordt doorgaans liggend verlost en er wordt pas aan het kalf getrokken zodra de koe ook perst.
De veehouder, en in dit geval de 'dierenarts', gebruikt veel 'glijmiddel' om zijn/haar armen en de geboorteweg glad te maken, opdat de geboorte soepel verloopt en het kalf én de koe daarvan geen enkele schade oplopen.
Hieronder zie je daarvan enkele foto's uit de speelfilm.





Kalverbrood
Bij de geboorte van kalfjes komt er vaak een brok weefsel mee dat een beetje doet denken aan stukje gebakken kipfilet. Soms zit het zelfs in de bek van het kalfje. Daarom kreeg het de naam ‘kalverbrood’ mee. Dit verschijnsel komt ook voor bij paarden, schapen en geiten. In de paardenwereld staat het dan ook bekend als ‘veulenbrood’. Ooit hingen boeren het aan de staldeur, want veulenbrood zou namelijk geluk brengen. De officiële benaming van kalverbrood is ‘Boomanes’ en van veulenbrood is dat ‘Hippomanes’.

Het hier getoonde stukje weefsel kwam uit het bekje van een kalfje. Uit navraag bij de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht blijkt dat deze structuren tot handpalm groot kunnen worden en rond de 70 gram wegen, maar veel kleinere worden ook beschreven.
Ze bestaan uit afscheidingsproducten van de uteruswand die door een stukje vruchtvliezen omgeven worden en uiteindelijk los in het vruchtwater komen te liggen. Het komt niet bij alle geboortes voor en het raakt soms geheel per ongeluk in het bekje van het jonge dier. Vroeger werd wel gedacht dat het voer voor het jonge dier was, of dat het er op leerde zuigen zodat het na de geboorte meteen aan kon vallen op de uier.
Vergilius (15 oktober 70 v.Chr. – 21 september 19 v. Chr.) gebruikt het in een van zijn verhalen als volgt: "... grijpt naar veulenmilt, dat bloed van liefde dat de merrie na de geboorte van haar jong weglikt van zijn kop". Het Smulweb rept over een: “Zwarte, vlezige substantie die verondersteld wordt voor te komen op het voorhoofd van een pasgeboren veulen”. In ‘Amor in Rome’, een hoorspel over de maatschappelijke structuur in de Romeinse oudheid, passeert de volgende tekst: “In het vuur heeft zij al verschillende voorwerpen gegooid, zoals kruiden, de staart van een hagedis, nagels van doden, een stukje tong van een lijk, kraaienogen en hippomanes, een kruid dat je bij pasgeboren veulens vindt”
Allemaal niets van waar. Het gaat hier om een toevallig fenomeen, het komt niet bij alle geboorten voor, brengt geen geluk, maar het kan ook geen kwaad.
(Uit: KOE, auteur Ilse Hesp. Dit boek zal medio december 2008 uitkomen bij uitgever Diverti).
Een stripverhaal over de verlossing van de koe lees je hier.
• Engels: birth of a calf





